De waarheid over de Acht Zaligheden

door Cor van der Heijden / NRC Handelsblad - 13 januari 2011

Het plan voor Ach, Zalig Man ontstond in februari 2009 in een Amsterdams grachtenpand. Jan Willem Roy en zijn uit Zeeland afkomstige vrouw, de fotografe en tekstschrjfster Karin Stroo, bedachten dat de geboortestreek van JW Roy een hommage verdiende. In het begin dachten zij dat de eenvoud en oorspronkelijkheid van de Kempen zich goed in een fotoboek met verschillende levensverhalen liet samenvatten. Maar Stroo’s rondgang door het gebied waarmee zij van huis uit geen binding heeft, leverde zo’n mooi palet aan portretten en verhalen op dat de singer-songwriter het gevoel had dat hij niet achter kon blijven. Hij wilde zijn geboortestreek bezingen, een cd maken.

Hij was na zes poëtische teksten met zijn missie klaar, mede omdat twee collega’s - Guus Meeuwis en Gerard van Maasakkers - ieder voor een nummer tekenden. “De liedjes die ik geschreven heb,” zo vertelde JW Roy onlangs in Café Klein Antwerpen in zijn geboortedorp Knegsel, “zijn in de eerste plaats herinneringen aan de streek waar ik mijn jeugd heb doorgebracht en waarmee ik me nog steeds verbonden voel. In de mooie, maar ook in de lelijke dingen.” Hij streefde herkenbaarheid zonder nost algie na. En daarin, zeggen velen, is hij uitstekend geslaagd.

Na een toevallige ontmoeting in een Amsterdamse kroeg met acteur Frank Lammers, werd het project een drietrapsraket: behalve een boek en een cd ook nog een theatervoorstelling. De in het boek geportretteerde personen vormden de inspiratiebron voor evenzoveel sketches die aan de acht liederen vooraf gingen. En dit alles werd in onvervalst Brabants dialect uitgevoerd. Terwijl dertig jaar geleden de vader van JW Roy de aanmelding van zijn zoon op de mavo nog vergezeld deed gaan van een dringend verzoek om de achternaam van Jan-Willem op zijn Frans, dus als Roowah uit te spreken, bedient de singer-songwriter zich momenteel zonder gęne van zijn echte moerstaal.

JW Roy had niet veel tijd nodig om de streek af te bakenen waarover hij wilde zingen: Netersel, Hulsel, Reusel, Eersel, Steensel, Knegsel, Duizel en Wintelre (in de Kempen uitgesproken als Wčntersel). Inderdaad: acht dorpen met de uitgang sel. Deze acht selligheden zijn als sinds jaar en dag bekend in Noord-Brabant als de Acht Zaligheden. Frank Lammers, afkomstig uit het tussen Eindhoven en Helmond gelegen Mierlo, liet zijn typetjes in de voorstelling Ach, Zalig Man regelmatig zeggen dat hij ook niet wist waar die naam nou vandaan kwam. Voor het antwoord op die vraag moeten we terug naar de jaren dertig van de negentiende eeuw.

Ten tijde van de Belgische Opstand (1830-1839) waren in de zuidelijke grensstreek van Noord-Brabant tienduizenden Nederlandse soldaten ingekwartierd. Een deel van hen werd gehuisvest in de Kempen, een gebied dat toen een van de armoedigste delen van ons land was. Voor de, vooral uit Holland afkomstige, soldaten konden in het gunstigste geval kruimige aardappelen geserveerd worden die met wat vet van uitgebakken spek overgoten werden. De legerstede in stal of schuur bestond uit wat opgeschut stro, maar vaak was zelfs dát er nog niet. Het wekt dan ook geen bevreemding dat deze soldaten - niet zelden van gegoede komaf - zich in sarcastische bewoordingen uitlieten over hun verblijf in de Kempen. Zo noemden zij het achttal dorpen dat op -sel eindigt (de selligheden) de Acht Zaligheden. De plaatselijke bevolking omarmde vrijwel terstond deze spotnaam als een geuzennaam

Het is vanaf het begin onduidelijk geweest welke dorpen tot het selecte gezelschap van de Acht Zaligheden gerekend moeten worden. Over zeven dorpen bestond eensgezindheid: Reusel, Hulsel, Netersel, Duizel, Eersel, Steensel en Knegsel werden vanaf het begin genoemd. De oprichter van het eerbiedwaardige Noordbrabant Genootschap, dr. C.R. Hermans, noemde in 1845 ‘Bladel naast Eersel de hoofdplaats der acht zaligheden’. Gedurende de hele negentiende eeuw werd Bladel - hoewel niet eindigend op - sel - tot de Acht Zaligheden gerekend. Pas kort voor de Tweede Wereldoorlog werd steeds vaker Wintelre als de achtste zaligheid genoemd. In 1971 deed de heem- en taalkundige Hein Mandos in een gezaghebbende publicatie nog wel een manmoedige poging ‘om het onrecht Bladel aangedaan’ recht te zetten. Maar opdat moment was het pleit definitief in het voordeel van Wčntersel beslecht.

Als doekje voor het bloeden noemen de inwoners van Bladel hun dorp voortaan dan maar ‘de negende Zaligheid’. Meestal is de huid van de Bladelnaren dik genoeg om om te kunnen gaan met de lange neus die de andere Kempenaren - bijvoorbeeld met carnaval - naar hen trekken. Maar dat de karavaan van JW Roy & Frank Lammers aan het plaatselijke podium voorbijtrok, dat deed pijn. Het boek met cd ligt er dan ook niet in de schappen van de plaatselijke boekhandel.

Cor van der Heijden, afkomstig uit Hulsel, kreeg dinsdagavond tijdens de eerste Erfgoedparade in Theater De Lievekamp in Oss de Historische Prijs van Noord-Brabant uitgereikt, mede vanwege zijn jarenlange aandacht voor de cultuur en de geschied enis van deze provincie in deze krant. De slotact van de Erfgoedparade werd verzorgd door JW Roy.

Terug naar 'Ach, Zalig Man'